Wie was Sint Jacob (Santiago)?

Sint Jacob maakte deel uit van de groep apostelen die tot de directe kring van Jezus behoorde en was een van de eerste martelaars van de Katholieke Kerk door zijn leven te geven voor Jezus.

Na de dood van Christus begon Jacobus (Santiago in het Spaans) mensen in Hispania te bekeren. Om precies te zijn in het noordwesten dat toentertijd bekend stond als Gallaecia. Na het rekruteren van zeven discipelen die als missie hadden om Hispania te evangeliseren, ging apostel Jacobus terug naar Jeruzalem om bij het sterfbed van Maria te zijn. Daar werd hij op bevel van koning Herodes Agrippa I van Judea gemarteld en onthoofd in het jaar 42 na Christus.

De bovengenoemde zeven discipelen namen, volgens de legende, het lichaam van Sint Jacob mee in de duisternis van de nacht en vervoerden het per boot naar Galicië. Ze kwamen aan via de haven van Iria Flavia (nu bekend onder de naam Padrón) en ze legden hun meester op een rotsblok dat zich om het lichaam sloot als een sarcofaag.

Het was echter pas acht eeuwen later, in het jaar 813, dat zijn onthoofde lichaam werd gevonden. Naast het lichaam viel te lezen: “Hier ligt Jacobus, zoon van Zebedeüs en Salomé”. Volgens de religieuze man die zijn lichaam door goddelijke openbaring vond, behoorden de stoffelijke resten toe aan Sint Jacob. Hij bracht de Galicisch-Asturische koning Alfonso II, de Kuise, op de hoogte van zijn ontdekking. Na een bezoek aan het graf benoemde de koning apostel Jacobus tot patroonheilige van het koninkrijk en bouwde een kerk ter ere van hem. Het nieuws over het bestaan van het heilige Galicische graf verspreidde zich al snel door Europa en de apostel Jacobus (Sint Jacob) werd het symbool van de Spaanse Reconquista. De koning van Asturië nam als eerste het pad dat nu bekend staat als de Oorspronkelijke Route (of Camino Primitivo) en velen zouden volgen. 

De Codex Calixtinus is een 17e eeuws juweeltje van een manuscript en wordt beschouwd als de eerste en beroemdste gids van de Camino de Santiago. Tot 2011 werd het bewaard in de Kathedraal van Santiago, totdat het werd gestolen door een oud-medewerker die het twaalf maanden voor de politie verborgen wist te houden. Het bestaat uit preken, liederen, wonderen, liturgische teksten, muziekstukken en verhalen over de apostel en de pelgrimsroute.

De authenticiteit van de overblijfselen van de apostel Sint Jacob heeft tot verhitte discussies geleid en nauwgezet onderzoek volgde. De onwaarschijnlijke overtocht - als gevolg van de moeilijkheid die het met zich meebracht - van het lichaam van deze discipel van Christus naar Galicische bodem, is slechts een van de vele gaten in een verhaal dat is verwoven met historische nauwkeurigheid en wonderlijke vertellingen. Desondanks is dit juist wat de Camino zo bijzonder maakt. 

Terug